Hoe ontstaat noorderlicht?
Van de zon naar jouw hemel in vier stappen: zonnewind, magnetisch veld, neerregenende deeltjes en gloeiende zuurstof.
1. De zon blaast
De zon stoot voortdurend een dunne stroom geladen deeltjes uit, de zonnewind, met 400–800 km/s. Snelle stromen uit coronale gaten en enorme wolken uit coronale massa-ejecties (CME’s) zorgen voor sterk noorderlicht; een CME doet er één tot vier dagen over om ons te bereiken.
2. Het aardmagnetisch veld vangt hem op
De zonnewind draagt een magnetisch veld mee. Wijst dat naar het zuiden (negatieve Bz), dan koppelt het aan het aardveld en pompt het energie in de magnetosfeer. Aan de nachtzijde hoopt energie zich op en komt vrij in stoten, substormen: de plotselinge opflakkeringen en dansende gordijnen.
3. Deeltjes regenen neer bij de polen
Langs de veldlijnen versnelde elektronen raken de hoge atmosfeer in een ring rond elke magnetische pool, de poollichtovaal. Hoe sterker de verstoring (hogere Kp), hoe verder de ovaal richting evenaar uitdijt.
4. De lucht gloeit
- Groen (het meest voorkomend): zuurstof op zo’n 100–250 km hoogte.
- Rood: zuurstof boven 250 km, bij zware stormen ver van de ovaal vaak de enige kleur — zo zag Nederland het noorderlicht in mei 2024.
- Paarse en roze randen: stikstof aan de onderkant van heldere gordijnen.
Waarom voorjaar en herfst beter zijn
Rond de equinoxen staat het aardmagnetisch veld gunstig ten opzichte van de zonnewind, dus stormen komen vaker voor in maart en september–oktober (het Russell-McPherron-effect). Samen met donkere nachten zijn dat de beste noorderlichtmaanden. Volg het live in de noorderlichtverwachting.