Je weg vinden aan de hemel
Richting, hoogte en je hand als liniaal: zo beschrijf je waar iets aan de nachthemel staat.
Om iets aan de hemel te vinden heb je twee getallen nodig: richting (azimut) en hoogte. Alle tabellen op deze site gebruiken ze.
Richting
Het azimut is een kompasrichting: 0° noord, 90° oost, 180° zuid, 270° west. Oriënteer je één keer op de Poolster of met het kompas van je telefoon en kies herkenningspunten: een boom in het noorden, een dak in het zuiden.
Hoogte
De hoogte loopt van 0° aan de horizon tot 90° recht boven je (het zenit). Je meet haar met je hand op armlengte:
- pink: ongeveer 1° (twee keer de breedte van de volle maan)
- drie middelste vingers: ongeveer 5°
- vuist: ongeveer 10°
- gespreide hand, duim tot pink: ongeveer 20°
“Jupiter 25° boven de oostzuidoostelijke horizon” betekent dus: draai je naar oostzuidoost en tel tweeënhalve vuist vanaf de horizon.
De hemel draait
Alles komt op in het oosten en gaat onder in het westen, ongeveer 15° per uur, omdat de aarde draait. Sterren dicht bij de hemelpool draaien eromheen zonder onder te gaan. Elke nacht komt dezelfde ster zo’n vier minuten eerder op, waardoor de avondhemel door het jaar verschuift.